overschatting integratie

‘Overheid overschat integratie mensen met een beperking’

Een warme zorgrelatie tussen mensen met een verstandelijke of een psychiatrische beperking en hun buurtbewoners, is geen realistisch beeld van de participatiemaatschappij. Dat stelt Femmianne Bredewold naar aanleiding van haar promotieonderzoek ‘Lof der Oppervlakkigheid’ aan de Universiteit van Amsterdam.
Foto: ANP Photo

Foto: ANP Photo

‘De verwachtingen van wederkerigheid in de buurt tussen mensen met en zonder een beperking zijn hooggespannen’, zegt Bredewold. Bredewold, die 10 januari op haar onderzoek promoveert, onderzocht of en op welke manier er contact tussen mensen met en zonder beperkingen ontstaat. Daarvoor interviewde ze zorgprofessionals en buurtbewoners en onderzocht ze enkele wijkprojecten in twee buurten in Zwolle.

Groeten

Zo blijkt dat burgers zonder beperkingen niet vanzelfsprekend omzien naar burgers met een beperking. De grootste groep ondervraagden (65-69%) heeft geen enkel contact met mensen met een psychiatrische achtergrond of een verstandelijke beperking. ‘Dertig procent van de buurtbewoners spreekt wel eens iemand met een beperking, maar dit is voornamelijk heel licht contact: elkaar groeten of een praatje maken.’ Een beperking blijkt regelmatig belemmerend te werken. Burgers kunnen zich moeilijk inleven in elkaars situatie of de beperking belemmert eenvoudigweg het aangaan van contact.

Wederkerigheid

Uit het onderzoek blijkt dat intensief contact tussen buurtbewoners met en zonder een beperking heel lastig is. ‘Mensen met een beperking weten dan niet goed wat er van hen verwacht wordt en voelen de ongeschreven regels vaak niet goed aan. De wederkerigheid neemt af: mensen zonder beperking kunnen meer doen voor mensen met een beperking dan omgekeerd. Dat willen zij ook best wel doen, maar buurtbewoners met een beperking voelen zich daar niet altijd fijn bij. De onbalans in contact doet iets met de gelijkwaardigheid in het contact.’

De huisvesting van gehandicapten in woonwijken leidt op minstens zes plekken in Nederland tot conflicten over ernstige geluidsoverlast. Onder meer in Terheijden, Hengelo en Eemnes worden buren gek van het geschreeuw. Lees hier meer >>

Integratie

Het is ook nogal wat, vindt Bredewold. Om als overheid te verwachten dat buurtbewoners een bijdrage leveren aan de integratie van mensen met een beperking. ‘Sommige aandoeningen zijn heel complex en je kunt niet altijd goed met elkaar communiceren. Dan staat de buurman om 10 uur ‘s avonds voor de deur voor een kopje koffie bijvoorbeeld. Er zijn ook mensen die echt overlast veroorzaken in de wijk en waarbij de confrontatie snel hoog oploopt.’ Maar dat schijnt niet tot de overheid door te dringen, meent de onderzoeker. ‘Ook in gesprekken met professionals uit de gehandicaptenzorg blijkt dat zij zich zorgen maken over de verdere ambulantisering van de gehandicaptenzorg.’

Waardevol

Het lijkt Bredewold raadzamer in te zetten op lichte en oppervlakkige contacten waar het op contact tussen buurtbewoners met en zonder beperkingen aankomt, wijzend op de titel van haar promotieonderzoek. ‘Dat de groenteboer weet wie je bent, een praatje in het trappenhuis of een buurvrouw die je  groet, zijn heel waardevolle momenten. Het is misschien oppervlakkig, maar zo voelen mensen met een beperking zich wel gezien. Ze tellen mee in de buurt.’

Projecten

Dat duidelijke, begrensde, lichte contact vindt vooral plaats in de publieke ruimte; op straat, op hondenveldjes of in contact met winkeliers. Ook vind je het terug in projecten in de buurt, ontdekte de onderzoeker. In een speciaal eetcafé, een klusschuur en een wijkboerderij. ‘Het contact is oppervlakkig en de rollen zijn helder. Het is duidelijk wat er van iedereen verwacht wordt’, verklaart Bredewold. ‘Iemand komt zijn band laten plakken en diegene die er werkt doet dat. Het contact is begrensd en dat geeft een prettig gevoel voor beide partijen.’

door Alexandra Sweers

van de website: Welzijnswerk

Origineel bericht hier

Reageren is niet mogelijk