Wmo 2015 door Tweede Kamer

Wmo 2015 door Tweede Kamer

Extra nieuwsbrief Aandacht voor iedereen

 

Een ruime tweederde meerderheid van de Tweede Kamer heeft op 24 april ingestemd met het wetsvoorstel van de Wmo 2015. De verwachting is dat de behandeling van het voorstel nog voor het zomerreces wordt afgerond door de Eerste Kamer. In deze nieuwsflits beschrijven we een aantal aanvullingen vanuit de Tweede Kamer op het oorspronkelijke wetsvoorstel.

Petra van der Horst
Programmamanager Aandacht voor iedereen

tweede_kamer

Wmo 2015

Het uitgangspunt van de Wmo is dat mensen door maatschappelijke ondersteuning zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven. Die maatschappelijke ondersteuning bestaat uit algemene voorzieningen en indien nodig uit maatwerkvoorzieningen.
Bij de behandeling van het wetsvoorstel Wmo 2015 zijn door de Tweede Kamer geen fundamentele veranderingen aangebracht. Wel zijn amendementen en moties aangenomen die vooral de positie van mantelzorgers versterkten en het persoonsgebonden budget (pgb) sterker verankerden. Daarnaast werd onder meer het persoonlijk plan geïntroduceerd, is het belang van cliëntondersteuning verduidelijkt en worden gemeenten en zorgverzekeraars verplicht om samen te werken. De beleidsruimte van de gemeenten blijft echter groot en zij zullen de precieze invulling van het keukentafelgesprek, het pgb, cliëntondersteuning, ondersteuning van mantelzorgers enz. in de komende maanden dienen uit te werken in hun eigen beleidsplan en verordening.

Mantelzorgers

Mantelzorg wordt als volgt gedefinieerd: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
De positie van de mantelzorgers werd door een aantal amendementen op verschillende manieren versterkt. De gemeente moet algemene voorzieningen bevorderen ter uitvoering van het mantelzorgplan (scholing, informatie en advies, lotgenotencontact, mantelzorgsteunpunt, mantelzorgmakelaar). Bij het keukentafelgesprek moet niet alleen naar de mogelijkheden, maar ook naar de grenzen van de belastbaarheid van de mantelzorger gekeken worden en zijn ondersteuningsbehoefte moeten in kaart worden gebracht. De mantelzorger moet dus worden betrokken bij het keukentafelgesprek van zijn naaste en bij het opstellen van diens ondersteuningsplan, terwijl hij zelf ook een beroep kan doen op ondersteuning. Verder wordt de procedure rond mantelzorgwoningen waarschijnlijk eenvoudiger. Ten slotte is het de bedoeling dat mensen die mantelzorg verlenen door de gemeente kunnen worden vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie die in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb)wordt voorgesteld. 

Persoonsgebonden budget

Het recht op een persoonsgebonden budget is duidelijker geworden bij de behandeling in de Tweede Kamer. Het pgb en de maatwerkvoorziening zijn namelijk gelijkwaardige alternatieven geworden, waarbij de cliënt nog wel dient te motiveren waarom hij een pgb wil, maar niet hoeft aan te geven waarom hij de aangeboden maatwerkvoorziening niet passend vindt.
Verder mag de gemeente de kwaliteitseisen die aan zorg in natura worden gesteld niet één-op-één ook bij het pgb opleggen. Wel moet de gemeente beoordelen of degene die pgb-diensten verleent dat veilig, doeltreffend en cliëntgericht zal doen. De hoogte van het pgb moet toereikend zijn om de door de cliënt gewenste ondersteuning te kunnen kopen. Ook kunnen cliënten zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan het door de gemeente voorgestelde aanbod.
Het is mogelijk mensen uit het eigen netwerk met een pgb in te huren. Ten slotte zal de staatssecretaris, in overleg met de VNG, experimenten over een integraal pgb aanmoedigen, bijvoorbeeld over de combinatie Wmo, andere gemeentelijke regelingen en Zorgverzekeringswet.

Regie van de cliënt bij het persoonlijk ondersteuningsplan

De cliënt wordt in staat gesteld zelf een persoonlijk plan op te stellen. Dat plan moet voorzien in zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning om zelfredzaam te zijn en om maatschappelijk te participeren. De gemeente moet het persoonlijk plan betrekken bij het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. De regie komt dus bij de burger te liggen: hij is zelf de regievoerder en eigenaar van zijn persoonlijk plan. Hij heeft zelf de keuze op welke wijze en met welke instrumenten en methoden hij zijn persoonlijk plan wil vormgeven.

Extra punten voor beleidsplan Wmo

De Tweede Kamer verplicht gemeenten om in het beleidsplan Wmo onder andere aandacht te besteden aan zaken als preventie en de keuzevrijheid voor de cliënt om te kiezen voor ondersteuning die aansluit bij zijn godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en/of culturele achtergrond. Verder dient de gemeente te zorgen voor de continuïteit van de zorg voor jongeren die op grond van het bereiken van de leeftijd van 18 jaar niet langer in aanmerking komen voor zorg op basis van de Jeugdwet, maar dat wel nodig hebben. Tenslotte dient de gemeente te definiëren welke resultaten ze wil behalen en vervolgens dient ze de realisatie van deze doelen te meten, om zo meer te kunnen sturen op effectiviteit en kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning.

Cliënten- en burgerparticipatie

Cliënten- en burgerparticipatie omvat betrokkenheid bij de beleidsvorming, maar kan ook betrekking hebben op het uitvoeren van gemeentelijke taken door burgers.
Volgens het wetsontwerp moesten gemeenten al vastleggen hoe ingezetenen worden betrokken bij de uitvoering van de wet. Nu is expliciet vastgelegd dat in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers dienen te worden betrokken. Dat sluit aan bij het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking waarin de verplichting is opgenomen om met mensen met een beperking te overleggen bij alle besluitvormingsprocessen die hen aangaan.
Verder worden gemeenten gestimuleerd om actief met partijen in de samenleving in gesprek te gaan over de manier waarop zij kunnen bijdragen aan de zorg voor elkaar. Gemeenten kunnen initiatieven van burgers bevorderen door hen een steun in de rug te geven door bijvoorbeeld cofinanciering.
Bij Algemene Maatregel van Bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over vormen van inschakeling van buurtinitiatieven bij de uitvoering van beleid. Bewoners krijgen het recht om de gemeente uit te dagen als ze de zorg in de buurt beter kunnen verlenen dan de gemeente.

Overige punten

De verplichting van de gemeente tot het soms verstrekken van een maatwerkvoorziening moet wat betreft zekerheid voor de cliënt niet verschillen van de bedoeling van de compensatieplicht in de ‘oude’ Wmo.
Gemeenten kunnen in hun verordening bepalen voor welke voorzieningen zij een klachtenregeling of regeling van medezeggenschap vereist vinden. Aanbieders die dergelijke voorzieningen leveren worden direct verantwoordelijk voor het inrichten van deze regelingen voor hun cliënten. De bepaling over eisen ten aanzien van de bedrijfsstructuur en bedrijfsvoering van aanbieders is geschrapt. In een aangenomen motie wordt er bij de regeling op aangedrongen het belang van geschillenbeslechting, door mediation of een ombudsfunctie op regionaal niveau, expliciet onder de aandacht te brengen van gemeenten, mede om juridisering in de relatie cliënt-gemeente zoveel mogelijk tegen te gaan.
Gemeenten en zorgverzekeraars worden verplicht om afspraken te maken over beleid ten aanzien van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, zorg, jeugdzorg, welzijn en preventie, teneinde te komen tot een integrale dienstverlening aan cliënten en verzekerden.
Cliëntondersteuning dient onafhankelijk van de gemeente te zijn en het belang van de cliënt is het enige dat telt voor de cliëntondersteuner. De gemeente dient de cliënt voor het onderzoek dat plaatsvindt op basis van een vraag om maatschappelijke ondersteuning te wijzen op de mogelijkheid van het gebruik van cliëntondersteuning.
De gemeente kan professionals (huisarts, wijkverpleegkundige) het recht geven om rechten en plichten van de cliënt vast te stellen of hen mandateren om beslissingen daarover te nemen.

Tenslotte

In een brief van staatssecretaris Van Rijn (17 april) over de uitkomst van het begrotingsoverleg hervorming langdurige zorg staan belangrijke punten voor de invoering van de Wmo. Namelijk:
1. een overgangsrecht voor 2015 voor mensen die nu AWBZ-zorg krijgen, of een indicatie daarvoor hebben, en straks naar de Wmo overgaan,
2. meer mogelijkheden om in een instelling te (blijven) wonen voor mensen met een verstandelijke handicap (ZZP VG 3) en ouderen (ZZP VV 4),
3. extra middelen voor de gemeenten voor begeleiding en dagbesteding.

 

aandacht voor iedereenProgramma Aandacht voor iedereen

Het programma Aandacht voor iedereen wordt gefinancierd door VWS. De bij het programma betrokken landelijke organisaties zijn: CSO, Ieder(in), Koepel Wmo-raden, LPGGz, Mezzo, NPCF, Oogvereniging, Per Saldo en Zorgbelang Nederland. Aandacht voor iedereen werkt nauw samen met het Transitiebureau van VNG en VWS.

origineel bericht

Reageren is niet mogelijk