weigering uitlevering Rwandees

Persbericht 8 januari 2015:

Verzoek weigering uitlevering van Rwandees onderdaan aan Minister

Op 2 januari jl. heeft Knoops’advocaten aan de Minister van Veiligheid en Justitie verzocht om de uitlevering van de heer Mugimba, een Rwandees staatsburger én in het bezit van een Nederlandse verblijfsvergunning, aan Rwanda te weigeren.

De heer Mugimba werd op 23 januari 2014 aangehouden door de Nederlandse autoriteiten na een verzoek om uitlevering door de Rwandese autoriteiten. De Rwandese autoriteiten verdenken de heer Mugimba van betrokkenheid bij de genocide in 1994, een verdenking die bijna twintig jaar ná de genocide voor het eerst is gerezen en waarmee de Nederlandse autoriteiten nooit bekend waren, ondanks eerder uitgebreid onderzoek verricht door Nederland in voorafgaand aan de verlening van een verblijfsvergunning.

Op 11 juli 2014 oordeelde de rechtbank Den Haag de uitlevering van de heer Mugimba aan Rwanda toelaatbaar. Het cassatieberoep werd op 16 december 2014 door de Hoge Raad afgewezen. Op dit moment kan alleen de minister van Veiligheid en Justitie, mr. Opstelten, de uitlevering van de heer Mugimba nog tegenhouden.

opstelten

De navolgende redenen dienen voor Nederland aanleiding te vormen om de uitlevering te weigeren:

eerste plaats

In de eerste plaats is er sprake van een politieke vervolging. De heer Mugimba werd pas verdachte nadat hij openlijk steun gaf aan mevrouw Victoire Ingabire, de politiek opponent van zittend president Paul Kagame.

In haar uitleveringsbeslissing stelde de rechtbank Den Haag geen “aanwijzingen voor een gefabriceerde verdenking tegen de opgeëiste persoon” te zien. Dit is onbegrijpelijk, met name wanneer wordt gekeken naar de zaak van Victoire Ingabire die in Rwanda is berecht. Het Europees Parlement heeft op 23 mei 2013 een resolutie aangenomen waarin is gesteld dat de zaak van Victoire Ingabire niet voldeed aan internationale standaarden:

“[N]ot least as regards her right to the presumption of innocence, and which was based on fabricated evidence and confessions from co-accused who had been held in military detention at Camp Kami, where torture is alleged to have been used to coerce their confessions”

De rechtbank Den Haag gaf voorts aan dat er geen aanleiding zou zijn te veronderstellen dat de heer Mugimba een politiek doelwit is, onder meer omdat het uitleveringsverzoek niet ziet op politieke delicten. Maar wat te denken van de zogenaamde connexe politieke delicten? Delicten die strikt genomen geen politieke delicten zijn, maar die wel met dergelijke feiten in verband staan.

Bovendien kan een verdachte van een “commuun” delict nog steeds aan een vervolging om politieke redenen worden blootgesteld. De rechtbank lijkt – in het licht van alle voorhanden zijnde gegevens die aantonen dat het in casu om een politieke vervolging gaat – welhaast te eisen dat het Rwandese regime zelf letterlijk aangeeft dat het hier daadwerkelijk om een politieke vervolging gaat.

tweede plaats

In de tweede plaats zal bij uitlevering Mugimba’s recht op een eerlijk proces worden geschonden, nu Rwanda onvoldoende in staat is een eerlijk proces te kunnen waarborgen. De zaak van de heer Mugimba is sterk gelieerd aan de zaak van Ingabire. In een resolutie van het Europees Parlement met betrekking tot de zaak van Ingabire is opgenomen dat getuigenverklaringen zijn vervalst, dat medeverdachten onder druk valse verklaringen hebben afgelegd, dat er zelfs sprake zou zijn geweest van marteling om bekentenissen van medeverdachten te verkrijgen en dat er bewijs is gefabriceerd.

In Rwanda interfereert de aanklager met verdedigingsfondsen, zijn er onvoldoende middelen voor adequate vertalingen en tolken, en is er sprake van schendingen van het beginsel van equality of arms. Het voeren van de verdediging in Rwanda in “genocidezaken” wordt sterk beperkt, omdat het voeren van bepaalde verweren strafbaar is. Zo werd professor Erlinder, de advocaat van Ingabire, gearresteerd op last van de Rwandese overheid omdat hij als verweer opwierp dat de genocide noch was uitgevoerd, noch was gepland door de militaire officials die hij bijstond, maar door een militaire invasie van president Kagame zelf.

derde plaats

In de derde plaats zijn er bewijzen die duiden op de onschuld van de heer Mugimba. Het moment van de verdenking, alsmede het feit dat tijdens de asielprocedure geen belastende informatie ten aanzien van de heer Mugimba is gerezen, wijzen hier reeds op. Daarnaast heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek ingesteld in Rwanda naar aanleiding van een verzoek daartoe door de IND op 18 juni 2010. Uit dit onderzoek volgt dat de heer Mugimba niet betrokken was bij de genocide in de wijk Nyakabanda. Een nieuw onderzoek verricht in de periode april-mei 2014 heeft eveneens geen belastende informatie ten aanzien van de heer Mugimba opgeleverd.

Onderzoek naar nabestaanden van de slachtoffers van de genocide die vermeld zijn in het uitleveringsverzoek leerde dat de heer Mugimba niet bekend stond als een van de daders van de genocide. Daarnaast wordt beweerd dat de heer Mugimba aanwezig zou zijn geweest bij een vergadering op 8 april 1994. De heer Mugimba had de wijk op deze datum echter al verlaten, zoals blijkt uit verschillende getuigenverklaringen. Bovendien is de heer Mugimba nooit voorgekomen op een lijst met namen van mensen die bij deze vergadering aanwezig zouden zijn geweest, terwijl verdachten in de zogenaamde Gacaca-procedures hier volledige openheid over hebben gegeven.

rechter

De heer Mugimba wordt vervolgd om politieke redenen, hij beroept zich op de onschuldexceptie en draagt daartoe bewijzen aan, maar desalniettemin hebben de hoogste rechters in Nederland geoordeeld dat hij kan worden uitgezet naar een land dat zijn recht op een eerlijk proces niet zal kunnen waarborgen. Hoeveel bewijs moet worden geleverd voordat een uitlevering wordt geweigerd? Indien Nederland de uitlevering aan Mugimba toestaat, zou het de ogen sluiten voor schendingen van mensenrechten die hem ten deel zullen vallen.

Amsterdam, 8 januari 2015

Reageren is niet mogelijk